Gezocht: schouderklopje, mag best stevig

Thuiswerkers missen een schouderklopje

Vandaag las ik op nu.nl dat thuiswerkende Millenials het schouderklopje erg missen. Ze krijgen geen positieve feedback meer van leidinggevende of collega’s. Al ben ik als door de wol geverfde thuiswerker gewend aan het niet altijd zien van collega’s en krijgen van feedback, het verklaart wel waarom ik niet blij ben met de snaterende Wilbur, mijn innerlijke criticus/kwakende eend, die op dit moment de trap op komt flipperen. Ik zet me alvast schrap. Ik wil geen Wilbur, ik wil een schouderklopje. Ik wil een collega die zegt dat dit de juiste keuze is.

 

Wilbur, de kwakende eend

De deur zwaait met een doffe dreun tegen het deurkozijn. Wilbur hangt met zijn linkervleugel tegen de deurpost. “Jij denkt dat je goed bezig bent?” Met een snuivend geluid steekt hij zijn snavel omhoog. Ik draai mijn bureaustoel en keer hem de rug toe. Het helpt niet. Zijn geluid staat nog aan. Buiten klinken piepende remschijven en het rochelende geluid van een oude dieselbus. Gekwaak in de verte. Achter mij snatert Wilbur: “Daar heb je mijn dierbare naasten. Ze zijn het vast met me eens!” Ik zuig mijn longen vol lucht alsof ik hoop op te kunnen stijgen, weg van hier, weg van Wilbur.

Ken je dat? Zo’n innerlijke criticus of kwakende eend, die je voortdurend zegt dat je iets niet kunt? Dat je niet de juiste keuze maakt? Waarom je überhaupt aan iets begint? Soms niet één, maar een buslading vol? Ik wel, al jaren. “Geef hem een naam, of teken hem”, zei een van mijn vriendinnen. “Dan kun je hem de deur wijzen of aanspreken.” Wilbur heet mijn kwakende eend. Al gauw waren ook Nel, Lotte, Tom, Bram, Donald en Sharon van de partij. Ik blijf eenden tekenen en bij gebrek aan inspiratie google ik sinds kort op babynamen voor Wilbur’s familie die maar verder en verder blijft uitbreiden.

 

Geen taart en bloemen

Wilbur komt niet met taart en bloemen als er iets te vieren valt. Wanneer ik in mijn ogen een wereldprestatie heb geleverd, is hij een slootje verder. Wilbur kwaakt alleen als iets dreigt te veranderen, iets spannends staat te gebeuren of iets verschrikkelijk mislukt is. Hij voert vol liefde mijn onzekerheid, niks schouderklopjes, een kurkdroge broodkorst met ontevredenheid kan ik krijgen. En zijn familie moedigt hem daar flink bij aan.

Nu is er zo’n moment van verandering. Ik sta op het punt een nieuwe uitdaging aan te gaan. Het is niet eens helemaal nieuw, het is al 1,5 jaar oud. Toch is het een verandering. Ik wil Wilbur niet zien en zeker niet horen. En natuurlijk staat hij er nu. Door mijn vastberadenheid en onzekerheid laat hij het niet na zijn hele familie in te schakelen.

 

Voors en tegens

Zeker, Wilbur is niet helemaal en niet altijd een ongewenste eend. Wilbur behoedt mij voor impulsieve stappen, helpt me bij beslissingen die je niet al te onbezonnen moet nemen, wijst mij op de voors en tegens. Soms.  Maar meestal hapt hij gretig het laatste broodkruimeltje zelfvertrouwen weg. Juist als ik snak naar dat schouderklopje, de bevestiging, erkenning.

“Stel je niet aan!”, kwaakt Wilbur alsof hij mijn gedachten kan lezen. Instemmend snatert zijn familie achter hem. Hier en daar hoor ik een gevederde vriend oefenen met oneliners die mij zeker de moed in de schoenen laten zakken.

 

Niet welkom

Met kleine pufjes laat ik mijn ingehouden adem ontsnappen. Ik draai mijn bureaustoel richting Wilbur. Mijn linkerbeen trapt tegen de witte zijkant van de deur. Wilbur en familie zijn nu niet helpend, niet welkom. Met een onverbiddelijke klap valt de deur in het slot, vlak voor de botte snavel van Wilbur en zijn kritisch kwakende familie. Wilbur snatert geschrokken. Ze druipen af.

Ik geef mezelf een schouderklopje.