Hoe wimpel jij een compliment weg?

Teksten over de psychologie van arbeid en gezondheid

Hoe wimpel jij een complimentje weg?

Zelf merk ik het ook regelmatig, maar hoe vind jij het om een complimentje van je baas of iemand anders in je naaste omgeving aan te nemen? Voel je je ongemakkelijk? Voelt het alsof het niet klopt?

Ook hoort het wel een beetje bij onze volksaard: doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. De gemiddelde Nederlander is een meester in complimenten van tafel vegen.

Geef een van je collega’s of vriendinnen maar eens een compliment over haar kleding. Meestal krijg je een reactie zoals deze: ‘Ach het was maar een krijgertje hoor.’ Of: ‘Het is al oud.’ Of: ‘Het was in de uitverkoop.’

Bijna alsof je het mooie kledingstuk of het complimentje niet waard bent!

Probeer het eens anders te doen als iemand jou een compliment geeft over wat je aan hebt. Zeg bijvoorbeeld eens: ‘Ja, ik zag die jurk en dacht die is voor mij, helemaal mijn stijl, maakt me niet uit wat ie kost. Een leuke jurk past bij deze leuke dame!’ Het zal in het begin niet meevallen, maar het werkt wel.

Anders laat je een compliment niet doordringen (selectief luisteren), je schuift het terzijde en praat er overheen. Wat ook kan, is dat je het beter weet. Je vindt het helemaal geen compliment waard. Of gaat er een andere bedoeling achter zoeken: Moet die ander wat van mij? Ook niet leuk voor degene die jou het compliment geeft natuurlijk.

 

Misschien herken je dit?

Je denkt of doet het volgende:

Het is normaal, vanzelfsprekend. Iedereen doet het, het hoort bij je werk.

Als je dat doet, beschouw je je gedrag niet meer als positief, maar als neutraal.

Vergeleken met anderen … Je kijkt voortdurend naar de prestaties en eigenschappen van anderen en vergelijkt jezelf met hen.

De anderen bekijk je dan door een positieve bril en jezelf door een negatieve. Jij komt dus altijd uit de bus als de mindere.

Afzwakken. Je geeft de betrekkelijkheid aan of wijst op negatieve aspecten van wat je deed. Iets dat groot is, maak je daarmee een stuk kleiner.

Iets wat je gewoon goed gedaan hebt, schilder je af als knoeiwerk, gepruts of iets stoms.

Gunstige omstandigheden. Je verzint als het ware een excuses voor je positieve daad of je goede eigenschap.

Het was heel gemakkelijk, je bent erbij geholpen, je was toevallig in een heel goede buik. Ook dit is een goede methode om iets groots kleiner te maken.

Opgeschroefde eisen. Je koppelt aan iets wat je goed deed direct een verwachting of een eis. Een eis voor de toekomst: Als ik het vandaag zo doe, dan moet ik dat morgen en overmorgen ook kunnen. Of een eis voor andere gebieden: Als ik met sporten door kan zetten, dan moet ik in met minder eten ook een doorzetter kunnen zijn.

Je positieve daad of eigenschap verdwijnt al snel in de schaduw, omdat je je meteen richt op wat je niet doet wat je niet kunt of welke eigenschap je niet in huis hebt.

Het is niet mijn verdienste. Je schrijft positieve daden toe aan anderen of aan het toeval.

Daarmee verdwijnen ze van jouw lijstje van verdiensten. De negatieve neem je meestal wel voor eigen rekening.

Hetzelfde kun je doen met eigenschappen: Ja dat zit in de genen, de hele familie is zo. Of: Dat is er met de paplepel in gegoten.

De keerzijde van de medaille. Je bekijkt je gedrag of je eigenschap van een andere kant en benadrukt mogelijke negatieve aspecten, die je vervolgens maar direct als waar aanneemt.

Die andere kant geef je veel gewicht waardoor het positieve verdwijnt. ‘Ik ben lekker thuisgebleven omdat er een mooie film op tv was. Maar het was wel vermijdingsgedrag, want eigenlijk had ik naar die verjaardag moeten gaan’, denk je en je verlegt de aandacht helemaal naar je (veronderstelde) vermijdingsgedrag. Of: ‘Ik ben secuur, maar veel TE. Voor de mensen in mijn omgeving is dat heel vervelend’.

Positief denken over jezelf is slecht. Het kan heel goed zijn dat je allerlei negatieve gedachten hebt over mensen die gunstig over zichzelf spreken. Het kan zijn dat je zelfs positief denken over jezelf arrogant vindt.

Het is jezelf ophemelen en dat doe je nou eenmaal niet. Metacognities noemen we dat, het denken en oordelen over je eigen denken.

Met ‘Bescheidenheid siert de mens’ als motto.

 

Kleine tip: Durf te schijnen …