Zijwieltjes

Normaal schrijf ik niet snel iets persoonlijks en ik heb het blog ook voor een deel fictief gemaakt. De strekking van het verhaal is duidelijk. Samen kom je verder. Omdat dat ook geldt voor organisaties en medezeggenschapsraden, leden van diverse raden en de ambtelijk secretaris, heb ik het hier ook geplaatst.

“Hij loopt nog als een kievit, dat wel.”

Mijn moeder duwt het scheef hangende hek open. Het kreunt en piept. Er komt een voorzichtige glimlach op het vermoeide gezicht van mijn vader, terwijl hij door de opening stapt. Kleine ademwolkjes ontsnappen uit zijn mond. Hij trekt zijn schouders op tegen de kou.

“Maar hij is zo doof,’ fluistert mijn moeder half weggedraaid van mijn vader. De woorden snijden door mij heen als de ijzige wind die op deze dijk zijn kans grijpt. Wat heeft fluisteren voor zin, als hij het toch niet hoort. Ik snap mijn moeder wel. De scherpe woorden vallen alleen nog niet goed. Hij is nog steeds mijn vader, mijn held.

Het wandelpad brokkelt aan de zijkanten af. Een diepe scheur loopt als een litteken door het midden. Het pad heeft de strenge vorst van de afgelopen nachten niet overleefd.

De rug van mijn vader is krom. Zijn magere benen zijn gehuld in een broek die op de groei lijkt te zijn gekocht. Wat kan ik doen aan zijn eenzaamheid? Aan zijn stil isolement? Hoe kan ik zelf omgaan met het gevoel van verlies?

Was hij niet de pappa die met zijn oneindige energie en maffe ideeën op iedere camping waar we stonden het animatieteam compleet overbodig had gemaakt? Ik zie hem nog voor zich, enthousiast en onvermoeibaar.Met hem durfde ik van de hoogste glijbaan. Uit volle borst zong hij op verjaardagen en feestjes. 

Af en toe voel ik nog steeds zijn sterke hand in mijn nek op de blauwe fiets zonder zijwieltjes. Voor het eerst. Wat is er gebeurd? Het lijkt alsof mijn vader ineens oud is. Hij leek niet ouder te worden, leeftijdsloos, maar nu ineens. De kou snijdt door mijn ziel.

Leren fietsen zonder zijwieltjes, dat viel niet mee. Hier op deze dijk was dat. Zelf fietsen van het hek tot de witte boerderij, van hier tot “An de Diek”. Tong uit de mond, met bibberende beentjes en pappa die steeds groter werd, en mij opving. Bij deze boerderij.

“Pap, weet je het nog?” De harde wind grijpt mijn woorden en blaast ze in de verkeerde richting. Geen reactie. “Dat bedoel ik nou,” mompelt mijn moeder.

Ik kijk opzij, naar de afbladderende witte verf van het vertrouwde gebouw. De verrotte kozijnen vallen meteen op. Het dak ligt er half af. Het bord met “An de Diek” ligt verveloos op het erf, vergeten. Verderop liggen de funderingen klaar voor nieuwe dromen, een nieuw leven. Oud maakt plaats voor nieuw. Dat het huis er nog staat, had ik niet verwacht.

Mijn vader grijnst en steekt zijn duim omhoog. Hij maakt een fietsbeweging met zijn handen naar mij. Warmte verdrijft de kou uit mijn lijf. Ik glimlach terug. Mijn keel voelt dik. 

Wat moet ik zonder hem? Ik val vast om. Nee, ik ben allang geen kind meer en moet het nu toch echt zonder zijwieltjes doen. Zonder de hand van mijn vader in mijn nek. 

Mijn vader die nu in een eigen wereld lijkt te leven. Zijn rug die steeds krommer lijkt. Ouder worden voelt zo hard.

“Het lijkt wel of hij niet meer verder wil”. Mijn moeders woorden klinken snibbig met een randje verdriet. Ik kijk naar de boerderij zonder wat te zien. De geur van rottend hout dringt in mijn neus. De dakpannen rammelen door de snijdende koude wind.

Ik neem een paar grote stappen om naast mijn vader te komen en pak zijn arm. Geschrokken kijkt hij op en knikt opgelucht naar me. Gearmd lopen we door de snijdende winterkou.

“We redden het wel, pap!” Hij glimlacht terug zonder te weten wat ik precies zeg. Het maakt niet uit. Samen verder, leunend tegen elkaar, terwijl de wind ons tegenwerkt. Elkaar ondersteunend. 

Als met zijwieltjes…