Alleen

Kort verhaal
Fictie

Hoe dicht Agnes de jaloezieën ook trekt, er lijkt altijd iemand doorheen te gluren. Ook nu. Er zijn avonden dat zij met trillende vingers de zware voordeur opendoet om te kijken of er écht niemand staat.

De onrust blijft. 

Het maakt dat ze altijd net iets te laat het vuur onder de kokende inhoud van de pan lager zet. Vaak schrikt ze op van het verontwaardigd sissende geluid van het hete vocht op het gaspitje.

Te laat.

Nog niet zo lang geleden stond hij daar echt. Onverwacht, een duistere schim. Door de herinnering alleen al grijpt ze de pollepel steviger vast. Haar ogen dwalen naar het keukenraam zonder dat het lichaam meedraait. De roomwitte jaloezieën verdelen het donker buiten in zwarte strepen van gelijke grootte.

Nee, er is niets buiten. 

Agnes staart in soep. Met een metalen klik valt de voordeur in het slot. Een warme gloed stijgt naar haar wangen, klam zweet zoekt een weg naar buiten langs haar ruggengraad. Spieren verstrakken. Waarom heeft ze dit keer niet buiten gekeken? De deur naar de keuken zwaait open. 

“Ha schat!” klinkt het opgewekt. 

Trillerig glimlacht Agnes richting de keukendeur. Kletterend smijt hij de sleutels op het aanrecht.